Iets met schoonmoeders… 

(Schoon)moeder heeft in 2009 een bedrag van € 1.000.000 geleend aan haar dochter en schoonzoon voor de eigen woning. Looptijd 30 jaar, geen aflossingsverplichting en een zéér schappelijke rente. De rente wordt ook nog eens voldaan vanuit de jaarlijkse schenkingen van (schoon)moeder. In 2010 volgt een aanvullende lening van € 75.000. De hoofdsom is onder andere direct opeisbaar ‘bij niet nakoming door de schuldenaar van enige verplichting uit deze overeenkomst van geldlening indien niet binnen acht dagen na ingebrekestelling de betrokken verplichting alsnog is nagekomen’.

In 2014 verbreken dochter en schoonzoon hun relatie en zijn de rentebetalingen te laat. Na sommatie door een advocaat betaalt meneer de rente alsnog maar niet snel genoeg om beslag te voorkomen. Om het beslag eraf te krijgen, heeft meneer hypothecaire zekerheid gesteld.

Dit weerhoudt schoonmoeder er niet van om de lening op te eisen, meneer is tenslotte te laat geweest met betalen (2015 en 2016 is wel op tijd betaald). Daarnaast vindt zij dat de verbreking van de relatie een aanvullende reden is om de lening op te eisen.

Hof Amsterdam (GHAMS:2018:5149) kan zich, gelukkig, niet vinden in het (aanvullende) standpunt van schoonmoeder…